Uitbraak salmonella opgespoord, maar beheersing moet beter

De bron van de uitbraak van een salmonellabesmetting in gerookte zalm is vorig jaar opgespoord, maar de beheersing van een dergelijke uitbraak moet beter. Dat schrijft de Onderzoeksraad voor Veiligheid in het rapport ‘Salmonella in gerookte zalm’, dat vandaag is gepubliceerd. Zowel de producent van de gerookte zalm als de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit bleken onvoldoende voorbereid op een voedselveiligheidsprobleem van deze omvang. Er was te weinig afstemming tussen alle betrokken bedrijven en overheidsinstanties. Hierdoor ontstond verwarring bij zowel de bedrijven als consumenten.

Van vier mensen is hun (vervroegde) overlijden in verband gebracht met de onderzochte salmonellabesmetting. Tegen het einde van het jaar telde het RIVM 1200 geregistreerde ziektegevallen, bevestigd door laboratoriumonderzoek. Naar schatting zijn uiteindelijk 23.000 consumenten minimaal enkele dagen ziek geweest.
 
De omvang van de voedselinfectie toont dat ziekteverwekkende micro-organismen die zich snel via voedsel verspreiden potentieel gevaarlijk zijn voor de volksgezondheid. Een besmetting met de salmonellabacterie heeft doorgaans relatief milde gevolgen. Er zijn echter ook gevaarlijker ziekteverwekkende bacteriën die zich via voedsel kunnen verspreiden, zoals de EHEC-bacterie. Het is daarom van belang dat besmettingen niet alleen snel worden opgespoord, maar dat de besmette producten vervolgens ook snel van de markt worden gehaald. Bovendien moet voor consumenten duidelijk zijn wat zij moeten doen met reeds gekochte producten.
 
De besmettingshaard werd gevonden in een productielijn in de Griekse vestiging van de firma Foppen Paling & Zalm uit Harderwijk. Uit het onderzoek van de Onderzoeksraad blijkt dat dit bedrijf veel zorg besteedde aan de veiligheid van zijn voedselproducten. Het bedrijf was echter niet bedacht op een mogelijke salmonellabesmetting doordat dit verschijnsel niet eerder in de visbranche was waargenomen. Uiteindelijk bleek dat de bacterie zich had genesteld in de poreuze kern van herbruikbare platen waarop de vis tijdens de productie over de lopende band werd gevoerd. De nieuwe platen waren uit oogpunt van duurzaamheid vlak voor de uitbraak  in gebruik genomen om de wegwerpschalen te vervangen.
 
De bron van de uitbraak is door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) opgespoord. Maar daarna bleken zowel de overheid als de betrokken bedrijven niet goed voorbereid op een voedselveiligheidsprobleem van deze omvang. De wijze waarop de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA) als nationale autoriteit communiceerde, leidde tot onzekerheid bij de firma Foppen en de supermarktketens. Het was deze partijen niet meteen duidelijk wat zij geacht werden te doen. Hoewel voedselbedrijven primair zelf verantwoordelijk zijn voor het oplossen van een voedselveiligheidsprobleem, moet de NVWA ingrijpen als een adequate bestrijding uitblijft. Bij de salmonellabesmetting waren zoveel partijen en producten betrokken dat de bedrijven geen overzicht hadden. De NVWA zag echter geen aanleiding om in te grijpen toen de betrokken bedrijven er niet in slaagden bij de bestrijding een gezamenlijke aanpak te volgen. De NVWA richtte zich voornamelijk op haar handhavende rol. Het terughalen van de besmette producten heeft hierdoor langer geduurd dan nodig. Consumenten wisten niet goed dat zij gevaar liepen en wat zij moesten doen.

De uitbraak toont aan dat de voedselverwerkende industrie zich beter moet voorbereiden op dergelijke onverwachte en nieuwe risico’s. Dat vraagt om een alerte en kritische houding ten aanzien van veranderende productieomstandigheden en signalen die kunnen wijzen op kwetsbaarheden in het productieproces. Daarnaast moeten bedrijven hun traceringssysteem verbeteren zodat zij ook voorbereid zijn op een recall van een productie die zich uitstrekt over meerdere weken of maanden. Dit vraagt om een versterkte organisatie van de incidentenbestrijding van de voedselbedrijven.
 
Hoewel voedselbedrijven primair zelf verantwoordelijk zijn om besmette producten van de markt te halen, heeft de NVWA als nationale toezichthouder de taak toe te zien op de gezamenlijke incidentbestrijding door overheidsorganisaties en bedrijven, inclusief de voorbereidingen daarop. Dat betekent dat de NVWA als nationale autoriteit ook krachtig moet kunnen optreden wanneer een uitbraak of voedselprobleem een grote omvang heeft.