Onderzoeksraad waarschuwt voor te snelle toelating nieuwe voertuigen

De Onderzoeksraad stelt vast dat het aangekondigde toelatingskader voor nieuwe licht elektrische voertuigen er nog steeds niet is. Wel is de BSO-bus reeds toegelaten tot de weg en liggen er aanvragen voor nieuwe bijzondere voertuigen. De voertuigen worden nog niet volgens het toekomstige toetsingskader beoordeeld en dat brengt veiligheidsrisico’s met zich mee.

De Raad publiceerde in 2019 het onderzoeksrapport Veilig toelaten op de weg - Lessen naar aanleiding van het ongeval met de Stint. Zoals wettelijk is vastgelegd reageerde de minister Infrastructuur en Waterstaat (IenW) aan de Onderzoeksraad in juli 2020 per brief met de terugkoppeling over de opvolging van de aanbevelingen uit het onderzoeksrapport. In de notitie die vandaag uitkomt reageert de Raad op deze terugkoppeling en de toelating van nieuwe voertuigen.

De minister belooft om, bij de toelating van licht elektrische voertuigen, veiligheid zwaarder mee te laten wegen. Zo schrijft zij in de reactiebrief. Voor deze voertuigen komt een nieuw toelatingskader met een strengere veiligheidskeuring voordat ze de weg op mogen. Het onafhankelijke oordeel van de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) wordt daarin leidend.

BSO-bus

Het nieuwe toelatingskader is er nog niet. Wel is, op aandringen van de Tweede Kamer,  kinderopvangorganisaties en verenigingen van ouders, de BSO-bus toegelaten tot de weg. Voor de toelating van de BSO-bus heeft de minister een convenant gesloten met de kinderopvangbranche met afspraken over het gebruik van de BSO-bus. In dit convenant wordt echter afgeweken van het advies van de RDW en van de eigen beleidsregel van het ministerie. De RDW oordeelt dat de nieuwe BSO-bus technisch voldoet aan de eisen, maar dat er een veiligheidsrisico ontstaat wanneer het maximale gewicht wordt overschreden. De beleidsregel bepaalt dat meer dan acht kinderen niet is toegestaan in een dergelijk voertuig. De BSO-bus is echter van tien zitplaatsen voorzien en de minister staat in het convenant het vervoer van tien kinderen toe. Dit verhoogt de kans van overschrijding van het maximale gewicht. Daarnaast zijn de convenantafspraken veel minder verplichtend dan wettelijke voorschriften. Ook zijn niet alle kinderopvangorganisaties aangesloten bij de branchevereniging.

Besluitvorming onder druk

Deze gang van zaken lijkt op de oude werkwijze zoals de Raad in zijn rapport over de toelating van de Stint en andere licht gemotoriseerde voertuigen beschreef. Waarbij het advies en oordeel van een onafhankelijke instantie, zoals de RDW, niet wordt gevolgd na een politieke afweging. Ook staat de toelating van de BSO-bus haaks op de koers van het beloofde toekomstige toelatingskader, waarin veiligheid zwaarder gaat wegen. De Onderzoeksraad roept dan ook de minister, de Tweede Kamer en maatschappelijke organisaties op om consequent en consistent te zijn: laat alleen voertuigen toe tot de weg waarvan de veiligheid onafhankelijk getoetst en positief beoordeeld is.

 

Bekijk hier de volledige onderzoekspagina Veilig toelaten op de weg - Lessen naar aanleiding van het ongeval met de Stint.