Op 17 juli 2014 stortte vlucht MH17 neer boven Oekraïne door de ontploffing van een grond-luchtraket naast de cockpit van het vliegtuig. Bij de crash verloren alle  298 inzittenden het leven. De Onderzoeksraad voor Veiligheid deed onderzoek naar deze crash en publiceerde een eindrapport (2015) en een opvolgingsrapport  (2019) over de risico’s van vliegen over conflictgebieden.

Minder dan zes jaar later, op 8 januari 2020, werd ook vlucht PS752 door een grondluchtraket neergeschoten, kort nadat deze was opgestegen van Teheran Airport in Iran. Alle 176 inzittenden kwamen hierbij om. Deze crash zorgde opnieuw voor bezorgdheid over de beslissingen die worden genomen over het vliegen over of nabij  conflictgebieden.

Ondanks dat er geen Nederlandse betrokkenheid was bij de crash van vlucht PS752, heeft de Nederlandse minister van Infrastructuur en Waterstaat de Onderzoeksraad voor Veiligheid verzocht nader te reflecteren op de uitvoering van de aanbevelingen uit het MH17 Crash rapport. Het verzoek richtte zich op mogelijke verbeteringen van het nationale, Europese en mondiale systeem voor het beter beheersen van de risico’s die gepaard gaan met vliegen over  conflictgebieden. In reactie op dit verzoek heeft de Onderzoeksraad besloten een aanvullend vervolgonderzoek te starten naar de veiligheid van vliegroutes.

Publicatie onderzoek

Besluitvorming vliegverbod boven conflictgebieden moet sneller

De besluitvorming om een luchtruim boven een snel escalerend gewapend conflict te sluiten of te mijden verloopt te traag. Dat concludeert de Onderzoeksraad voor Veiligheid in het onderzoek ‘Veilige vliegroutes – Reageren op escalerende conflicten’. Jeroen Dijsselbloem, voorzitter van de Onderzoeksraad voor Veiligheid: “Afgelopen jaren is gebleken dat onwaarschijnlijke scenario’s heel snel realiteit kunnen worden. Uit voorzorg moet een luchtruim boven een risicogebied eerder worden gesloten of vermeden.”

Het afgelopen decennium stortte twee keer een passagiersvliegtuig neer, getroffen door een grondluchtraket terwijl het boven een conflictgebied vloog. Op 17 juli  2014 stortte vlucht MH17 neer in Oekraïne. Vlucht PS752 stortte op 8 januari 2020 neer in Iran. Reden voor de Onderzoeksraad om, mede op verzoek van de minister van Infrastructuur en Waterstaat, nogmaals te kijken naar de uitvoering van de aanbevelingen uit het rapport MH17 Crash en de conclusies van het rapport Vliegen over conflictgebieden

Luchtruimbeheer

De bescherming van de burgerluchtvaart tegen risico’s van het vliegen over conflictgebieden, ligt in de eerste plaats in handen van het land waar het conflict zich  afspeelt. Dit land kan zijn luchtruim geheel of gedeeltelijk sluiten. In het onderzoek stelt de Raad dat dit zelden gebeurt. Ook Iran hield het luchtruim open toen in januari 2020 het conflict met de Verenigde Staten snel escaleerde. Om dit te verbeteren beveelt de Onderzoeksraad aan om internationale criteria te ontwikkelen wanneer een land het luchtruim zou moeten sluiten.

Verbetering risicoafweging 

Naast het land waar het conflict zich afspeelt, hebben de luchtvaartmaatschappijen een belangrijke eigen verantwoordelijkheid. Toen begin 2020 in Iran de  spanningen toenamen, was dit voor luchtvaartmaatschappijen geen aanleiding om het luchtruim daar te mijden. Daardoor vlogen vliegtuigen over het gebied met een verhoogd risico. De luchtvaartmaatschappijen stopten niet met vliegen boven Iran omdat het risico getroffen te worden door een grond-luchtraket, werd beoordeeld als onwaarschijnlijk. Terwijl de gevolgen catastrofaal kunnen zijn. Ook landen gaven geen negatief advies voor vliegen boven Iran aan hun eigen luchtvaartmaatschappijen. De Raad stelt dat mogelijke scenario’s met catastrofale gevolgen meer gewicht moeten krijgen in de risicoafweging van zowel luchtvaartmaatschappijen als overheden. Daarnaast kost de risico-inschatting en de publicatie van advies door landen en door de EU nog te veel tijd. De Raad doet aanbevelingen over versnelling van het proces om tot Europese adviezen te komen.

Eigen Nederlandse advisering en vliegverbod

De informatiedeling van de Nederlandse overheid met de Nederlandse luchtvaartmaatschappijen is in de jaren na de crash van MH17 aanmerkelijk verbeterd. Maar de Nederlandse overheid beperkt zich tot het verschaffen van informatie en geeft geen advies of legt geen vliegverbod op. Er ontbreekt op dit moment een wettelijke grondslag voor de minister om een vliegverbod op te leggen boven een bepaald gebied. In andere landen, waaronder belangrijke bondgenoten van Nederland, gebeurt dit wel. De Raad geeft als aanbeveling aan de ministers van Infrastructuur en Waterstaat, en Justitie en Veiligheid te overwegen om de mogelijkheid om een vliegverbod uit te vaardigen in de wet op te nemen.

Aanbevelingen

Aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat en de minister van Justitie en Veiligheid:

Nationaal: adviseren en reguleren

1. Overweeg het uitbreiden van de mogelijkheden voor de Nederlandse staat om naast het informeren van luchtvaartmaatschappijen, ook te kunnen adviseren  en als ultimum remedium een vliegverbod voor Nederlandse operators in buitenlands luchtruim te kunnen opleggen.

Aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat:

Internationaal: vernieuwing van de risicobeoordelingsmethoden

2. Stimuleer dat voor vliegroutes met burgerluchtvaartuigen over of nabij conflictgebieden risicobeoordelingsmethoden op basis van het voorzorgsbeginsel worden ontwikkeld en toegepast. Neem hiertoe het initiatief om in internationaal verband de risicobeoordelingsmethoden zoals beschreven in ICAO Doc 10084 verder te ontwikkelen. Betrek luchtvaartmaatschappijen hierbij en werk uit hoe mogelijke catastrofale scenario’s bij een escalerend conflict geïdentificeerd kunnen worden en hoe onzekerheden meegenomen dienen te worden in de analyse en de besluitvorming.

Internationaal: criteria voor het sluiten van het luchtruim

3. Neem het initiatief om in internationaal verband een concreet voorstel te ontwikkelen voor de aanscherping van de verantwoordelijkheid van staten met  betrekking tot luchtruimbeheer, zodat duidelijk is in welke gevallen het luchtruim zou moeten worden gesloten. Dring er op aan dat dit voorstel opgenomen wordt in het Verdrag van Chicago en de onderliggende Standaarden en Aanbevolen werkwijzen.

Aan het Europees Agentschap voor de luchtvaartveiligheid (EASA):

Europees: effectiviteit van Europese ondersteuning
4. Ontwikkel het Europese platform voor informatiedeling en samenwerking inzake conflictgebieden verder door de beschikbare informatie uit te breiden  zonder snelheid te verliezen, en door analyse en aanbevelingen aan lidstaten, luchtvaartmaatschappijen en andere belanghebbenden toe te voegen.

Aan de Commissaris voor Binnenlandse Zaken en de Commissaris voor Vervoer van de Europese Commissie:

Europees: effectiviteit van Europese ondersteuning

5. Verbeter de efficiëntie en effectiviteit van het EU Integrated Aviation Security Risk Assessment-proces, zodat Europese informatieberichten (Conflict Zone  Information Bulletins) over conflictgebieden sneller gepubliceerd worden en informatie en aanbevelingen bevatten die zijn afgestemd op de operationele  behoeften van luchtvaartmaatschappijen.

Media

Podcast 'Veilige vliegroutes'

Beeldmateriaal

Updates

  • Persbericht

    Besluitvorming vliegverbod boven conflictgebieden moet sneller

Onderzoeksgegevens

Thema Luchtvaart

Startdatum onderzoek

Publicatiedatum rapport

Type Verkort onderzoek

Status Afgerond

Fase Publicatie

Gerelateerde onderzoeken