Berichten

Het laatste nieuws van de Onderzoeksraad voor Veiligheid.

Onderzoeksraad geeft tussentijdse waarschuwing visserskotters

De Onderzoeksraad voor Veiligheid heeft de visserijsector een tussentijdse waarschuwing gegeven voor boomkorkotters met een lengte van minder dan 24 meter. Uit onderzoek dat tot nu toe is verricht naar de zeer ernstige voorvallen met de visserskotters UK-165 in het najaar van 2019 en de UK-171 in het najaar van 2020 blijkt dat boomkorkotters met een lengte van minder dan 24 meter in een asymmetrische beladingstoestand buitengewoon instabiel kunnen zijn.

Een asymmetrische beladingstoestand is bijvoorbeeld wanneer aan de ene zijde van het schip wel een vistuig in de giek hangt en aan de andere zijde niet. Het schip drijft dan niet meer rechtop in het water, maar krijgt permanente slagzij. Dit kan dusdanig grote gevolgen hebben voor de stabiliteit van het schip, met kapseizen en zinken als mogelijk gevolg.

Naar verwachting wordt het eindrapport naar aanleiding van het kapseizen en zinken van deze visserskotters in de zomer van 2021 gepubliceerd. Bekijk hier de onderzoekspagina UK-165 en UK-171.

De brief met de waarschuwing leest u hier.

Onvoldoende aandacht voor brandveiligheid staldieren

In Nederland zijn er per jaar gemiddeld 17 grote stalbranden met dierlijke slachtoffers. In de periode 2012 tot en met november 2020 stierven hierbij bijna 1,3 miljoen dieren. Het aantal dieren dat jaarlijks bij stalbranden omkomt neemt toe. Dit concludeert de Onderzoeksraad voor Veiligheid vandaag in het rapport ‘Stalbranden’. De Onderzoeksraad vindt dat deze ontwikkeling, die gepaard gaat met veel dierenleed, moet worden gekeerd. De Onderzoeksraad constateert dat veestallen steeds groter worden, dit vergroot de kans dat bij een stalbrand zeer grote aantallen dieren om het leven komen.

Jeroen Dijsselbloem, voorzitter van de Onderzoeksraad voor Veiligheid: “In de branche en bij de overheid is er te weinig aandacht voor de brandveiligheid van dieren in de steeds groter wordende stallen. De Nederlandse veehouderij dient zich op dat punt te verbeteren.”

Beperkt effect van initiatieven

De stalbranden waren in 2011 aanleiding voor de branche, de Dierenbescherming en verzekeraars om actieplannen op te stellen met het doel het aantal stalbranden en het dierenleed te verminderen. Deze actieplannen hebben niet het beoogde effect gehad. Het gemiddeld aantal dieren per jaar dat omkomt bij stalbranden is zelfs toegenomen. Naast deze vrijwillige initiatieven in de branche heeft de overheid in 2014 enkele brandveiligheidseisen wettelijk vastgelegd in het Bouwbesluit. De bouwregelgeving beperkt zich echter tot nieuwe stallen en stallen die vernieuwd worden. Voor het brandveiliger maken van de bestaande stallen is er nauwelijks wet- en regelgeving.

Risico’s schaalvergroting

De Onderzoeksraad acht het nodig om op een andere manier naar de veehouderij in Nederland te kijken. De brandveiligheidsrisico’s komen mede voort uit de manier waarop de dieren in de intensieve veehouderij worden gehuisvest: in grote aantallen in gesloten stallen zonder vluchtmogelijkheden. Grotere veehouderijen worden bovendien steeds meer uitgerust met technische installaties, die extra brandveiligheidsrisico’s opleveren. Dit vergt van veehouders meer deskundigheid op het gebied van veiligheidsmanagement zoals die bijvoorbeeld geldt in de industrie. De overheid zal eisen moeten stellen aan de deskundigheid van ondernemers die aansluiten bij de schaal van de onderneming en de risico’s die zich voordoen. Dit is des te urgenter, omdat veehouders door toenemende schaalvergroting voor steeds meer dieren verantwoordelijk worden.

Brandveiligheid voor dieren verplichten

Het terugdringen van het aantal stalbranden vraagt een nieuwe, meer resultaatgerichte aanpak. De Onderzoeksraad doet aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit de aanbeveling om hierin het voortouw te nemen. Dit kan door de veehouders een doel te stellen om het aantal stalbranden te verminderen en door maatregelen voor brandveiligheid van dieren wettelijk te verplichten.

 

Bekijk hier de volledige onderzoekspagina, met daarop het rapport, de aanbevelingen en de animatie.

Veiligheid riviercruisevaart niet voldoende

De groeiende populariteit van riviercruises in Nederland vraagt om extra aandacht voor de veiligheid. Dat stelt de Onderzoeksraad voor Veiligheid in het vandaag gepubliceerde rapport naar aanleiding van de aanvaring tussen het riviercruiseschip Viking Idun en een chemicaliëntanker in de nacht van 1 april 2019 op de Westerschelde. De vaak beperkte zelfredzaamheid van de passagiers aan boord van riviercruiseschepen in combinatie met de groeiende populariteit van riviercruises vormen de aanleiding voor meerdere aanbevelingen om de veiligheid in de riviercruisesector te verbeteren. Daarnaast wordt de minister van Infrastructuur en Waterstaat aanbevolen het toezicht op de riviercruisevaart te verbeteren.

Op 1 april 2019 vond er net na middernacht een aanvaring op de Westerschelde plaats tussen het Zwitserse riviercruiseschip Viking Idun en een Maltese chemicaliëntanker. De schade aan beide schepen was aanzienlijk. Aan boord van het cruiseschip waren 171 veelal oudere passagiers en 49 bemanningsleden aanwezig. Bij de aanvaring lagen de meeste passagiers in de afgesloten hutten te slapen en raakten door de klap enkelen van hen lichtgewond. De chemicaliëntanker was beladen met onder meer benzeen, heptaan en methanol. De klap veroorzaakte een groot gat in de scheepswand van de tanker. De opslag van de chemicaliën in dubbelwandige tanks heeft een lekkage van zeer giftige stoffen voorkomen.

Bekwaamheid bemanning niet getoetst

Het riviercruiseschip Viking Idun voldeed volgens de wet aan de eisen die gesteld worden aan riviercruiseschepen. Ook had de bemanning de benodigde certificaten, op basis waarvan ze in Nederland mocht varen. De Onderzoeksraad constateert echter dat deze wettelijk gestelde eisen niet altijd voldoende zijn. De bemanning van de Viking Idun had onvoldoende kennis over het complexe Westerschelde vaargebied. Ook beheersten zij onvoldoende de Engelse taal, waardoor de communicatie via de marifoon niet goed werd verstaan of begrepen. Daarnaast heeft de kapitein voor de reis over de Westerschelde er niet voor gekozen om bemanningsleden met de meeste kennis van het vaargebied in de stuurhut aanwezig te laten zijn. Ook werd er niet voor gekozen de hulp van een loods in te roepen. De Onderzoeksraad concludeert dat de bemanningsleden wel bevoegd, maar niet voldoende bekwaam waren.

Complex vaargebied

De Westerschelde is één van de drukst bevaren wateren ter wereld waar binnenvaart, zeescheepvaart en pleziervaart elkaar dag en nacht treft. Het intensieve gebruik in combinatie met  smalle vaargeulen, ondieptes, een sterke stroom en het getij maakt het tot een vaarwater met risico’s. De Onderzoeksraad concludeert dat, ondanks de complexiteit van het gebied, er geen aanvullende eisen rond kennis en bekwaamheid van bemanningen van binnenvaartschepen gelden. Dit is wel het geval in vergelijkbare gebieden als bijvoorbeeld de Rijn.

Toezicht op riviercruisevaart

Uit het onderzoek van de Raad blijkt dat deze aanvaring niet op zichzelf staat. De toenemende populariteit van riviercruises vraagt om een verbetering van de veiligheid in deze sector. Jaarlijks wordt een groot aantal passagiers vervoerd, die vaak beperkt zelfredzaam zijn. De Onderzoeksraad doet daarom aanbevelingen om de veiligheid in de binnenvaartsector en specifiek de riviercruisesector in Nederland te verbeteren. Ook krijgt de minister van Infrastructuur en Waterstaat de aanbeveling om de effectiviteit van het toezicht op de riviercruisevaart te verbeteren en de bekwaamheidseisen voor bemanning van riviercruiseschepen in het Scheldegebied aan te scherpen.

 

De volledige onderzoekspagina met het rapport en de aanbevelingen is hier te vinden.

Oorzaak crash NH90 bekend, verdergaand onderzoek nog nodig.