Sector Crisisbeheersing en hulpverlening

Turkish Airlines, crisis en hulpverlening

Introductie

De Onderzoeksraad voor Veiligheid, onder voorzitterschap van Prof. mr. Pieter van Vollenhoven heeft op 6 juli 2010 zijn definitieve bevindingen gepresenteerd van het onderzoek naar de hulpverlening na het ongeval met de Boeing van Turkish Airlines op 25 februari 2009. Bij dit ongeval kwamen vijf passagiers en vier bemanningsleden om het leven en raakten 117 passagiers en drie bemanningsleden gewond.

Het rapport over het onderzoek naar de crash zelf is door de Raad op 6 mei jl. gepubliceerd. Het doel van het onderzoek is te beoordelen of uit het verloop van de hulpverlening na het vliegtuigongeval lessen zijn te trekken ter verbetering van de hulpverlening bij grote ongevallen in de toekomst. Tegenstrijdige signalen over het verloop hiervan zoals het laat vrijgeven van de namen van de slachtoffers, berichten dat slachtoffers lang in het toestel vast zaten alvorens zij door de hulpverleners bevrijd werden en de kritiek van de hulpverleners op de werking van C2000, waren de aanleiding het onderzoek te starten. In het rapport van de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid (IOOV) over de hulpverlening bij de crash zijn weliswaar ook knelpunten gesignaleerd, maar zijn deze niet verder onderzocht. Er is tijdens het onderzoek van de Raad gebleken dat ook belangrijke leerpunten uit vijf eerdere onderzoeken naar het verloop van de hulpverlening bij rampen en grote ongevallen onvoldoende zijn opgepakt. Zo zijn destijds na de café brand in Volendam de geleerde lessen in kaart gebracht maar komen de gesignaleerde problemen nog steeds terug.

Statistieken

  • Startdatum onderzoek 25 feb. 2009
  • Einddatum onderzoek 6 jul. 2010
  • Type onderzoekVolledig
  • Status onderzoekAfgerond