Bijna-botsing vliegtuigen door onvoldoende voorbereiding militaire oefening

De bijna-botsing op 19 april 2012 tussen een passagiersvliegtuig en een straaljager dichtbij het Duitse Waddeneiland Sylt werd veroorzaakt door onvoldoende voorbereiding van de militaire vliegoefening ‘Frisian Flag’. Het organisatieteam van de vliegbasis Leeuwarden, dat de oefening coördineerde, hield geen rekening met de aanwezigheid van civiel luchtverkeer. Inmiddels heeft de Luchtmacht maatregelen genomen om herhaling bij volgende oefeningen te voorkomen. Dat schrijft de Onderzoeksraad voor Veiligheid in het vandaag gepubliceerde rapport over dit incident.

Het passagiersvliegtuig, een Fokker 70 van KLM Cityhopper, vloog met 45 mensen aan boord op een reguliere luchtroute voor verkeersvliegtuigen. Deze route lag in het oefengebied van de militaire oefening ‘Frisian Flag’, die van 16 april tot en met 27 april 2012 werd gehouden vanaf vliegbasis Leeuwarden. De straaljager, een F-15C van de Amerikaanse luchtmacht, deed daaraan mee. In tegenstelling tot Nederland worden reguliere routes voor de burgerluchtvaart in Duitsland niet gesloten als die in het luchtruim van een militaire oefening liggen. Wel geldt dat militaire vluchten voorrang moeten verlenen aan de burgerluchtvaart.
 
De bijna-botsing gebeurde nadat de straaljager het passagierstoestel voorlangs had gepasseerd. De gevechtsleider liet de straaljager vervolgens weer in de richting van het verkeersvliegtuig draaien. Hierdoor passeerde de straaljager het verkeersvliegtuig opnieuw, met een bijna-botsing als gevolg. De afstand bedroeg toen nog maar 722 meter; het hoogteverschil was slechts 156 meter. De gevechtsleider moest blijkbaar teveel informatie tegelijk verwerken en lijkt daardoor het overzicht te hebben verloren, aldus de Onderzoeksraad.

Voorbereiding

Het oefengebied van de oefening ‘Frisian Flag’ omvatte Deens, Duits en Nederlands luchtruim. De Koninklijke Luchtmacht was er bij de voorbereiding van de oefening van uitgegaan dat het toegewezen Duitse luchtruim zonder beperkingen voor de oefening  beschikbaar was en was vooraf niet op de hoogte van de luchtroute. Er was dus in de planning geen rekening gehouden met de aanwezigheid van passagiersvliegtuigen.

Oefening

Pas tijdens de oefening werd de luchtroute voor passagiersverkeer bekend bij de oefenleiding,  omdat militaire piloten de dagen voorafgaand aan het incident passagiersvliegtuigen in het Duitse deel van het oefengebied zagen vliegen. Dit werd gerapporteerd aan de oefenleiding. De luchtgevechtsleider had zijn leidinggevende twee dagen voordat de bijna-botsing plaatsvond, laten weten bezorgd te zijn over ondermeer de aanwezigheid van de luchtroute. Adequate maatregelen, zoals aanpassing van het oefengebied, bleven echter uit.

Amerikaanse luchtmacht

Het is onduidelijk of de F-15 piloot op de hoogte was van de aanwezigheid van passagiersvliegtuigen in het oefengebied. De vragen van de Onderzoeksraad aan de piloot, ondermeer over zijn bekendheid met de luchtroute voor passagiersvliegtuigen en over de communicatie met de militaire gevechtsleider, zijn niet beantwoord. Ondanks herhaalde verzoeken wilde de Amerikaanse luchtmacht hier niet aan meewerken. Dat heeft het onderzoek belemmerd, concludeert de Onderzoeksraad. Voorzitter mr. Tjibbe Joustra heeft de minister van Defensie dan ook deze week verzocht opheldering te vragen bij haar Amerikaanse collega. 

Maatregelen

Naar aanleiding van het incident heeft de Koninklijke Luchtmacht maatregelen getroffen, die door de Onderzoeksraad worden onderschreven. De Luchtmacht heeft na de oefening maatregelen genomen om herhaling te voorkomen. Zo wordt bij oefeningen voortaan uitdrukkelijk rekening gehouden met de aanwezigheid van passagiersvliegtuigen. Ook zal de leiding zeker stellen dat alle deelnemers voldoende zijn voorbereid en getraind om veilig mee te doen aan grootschalige oefeningen.